More About This Website

spot is de voortzetting van ernst, met andere middelen

 
Subscribe
Login
Powered by Squarespace
Egidiuslied

Shakes

Een drukkende augustusdag, zwanger van onweer. Buiten sterft de zomer. Binnen is de airco uitgevallen.

Zoals zo vaak sluit ik aan bij de probleemkassa. Beginnende caissière met gevorderde Parkinson, pincode-amnesie, van die dingen. Als ik mijn kar ten langen leste naar de ijscocounter duw, is mijn rug nat en mijn keel droog. De rij is lang en vordert traag.

Welke marketingidioot heeft dit ijsconcept bedacht? Besluiteloos drenzende kleuters moeten kiezen uit een tiental dips. Een ijsje is hier pas compleet als het van een parasolletje, een beertje van suikergoed en een papieren beflapje is voorzien. De zaak wordt nog verergerd doordat de bedienende adolescenten, van elke soort een, meer aandacht voor elkaar hebben dan voor de klanten.

Ik ben aan de beurt. Helaas! De ijsmachine moet worden bijgevuld.

Het meisje sleurt een zak poeder naar de softkast. Ze moet op een trap gaan staan om hem leeg te storten, zodat de jongen mijn zanderig knarsende bestelling niet meer hoort. Hij is een en al oog.

Oren krijgt hij pas weer als de vrouw achter me zich met een snerpende mezzo tot hem richt, mij min of meer terzijde stotend. Ze heeft bedacht dat de jongen alvast - ik wil immers ijs?- twee ingewikkelde milkshakes voor haar kan mixen. Godverdomme! Daar is die klojo natuurlijk uren mee bezig. En ik maar wachten!?

Ik brom een protest. Zij keert zich om. "Had je wat?" Kloeke blondine in dirndl en decline. Maar nog steeds op een vettige manier aantrekkelijk, zeker nu de randjes gebarbecued zijn. Haar krediet is echter snel verspeeld als ze me met haar brutale roofvogelogen monstert, ervan overtuigd dat ze in dit vrouwendomein altijd aan het langste eind trekt.

"Had je wat?"

Zal ze achter komen! Belangstellend informeer ik naar haar burgerlijke staat. Heeft ze geen vent van zichzelf om het leven zuur te maken? Moeten willekeurige passanten ervoor opdraaien dat ze geen man kan krijgen? Enzovoort.

Ze geeft geen krimp, zet de handen in haar zij, en begint aan een weinig vleiende recensie van de man in het algemeen en van mij in het bijzonder. Onze woordenstrijd escaleert even snel als het peil daalt. Na enkele uitvallen en parades verwisselen we het rapier voor de knuppel. Back to basics. Met wellust laat ik mijn voorvaderlijke vloeken rollen en duik ik diep in het scheldwoordenboek.

"Keronje!"

Wat intussen opvalt is de totale afzijdigheid van de omstanders. Niemand die partij trekt, geen hond die er zich mee bemoeit. Tien jaar geleden, misschien maar vijf, zou ik zijn overstemd door een Koor van Solidaire Harpijen. Manspersoon onheus naar Zwakke Vrouw toe? Slaat dood de onderdrukker, verkrachter, incestpleger! Nu geeft zelfs haar kargenote, die van de tweede milkshake, geen kik. Even plassen?

Daar komt ze al aangerend. Mijn leeftijd, give or take. Die stoere kuif, dat simpele broekpak uit Mao's Meisjesmode Magazine laten maar een conclusie toe: volkstuinpot. Ach gutsie! Daar ben ik zo maar slaags geraakt met een bekeerlinge, een late roeping. Met de hakken over de sloot tussen Mannenland en Lesbos. Daar krijg je natuurlijk het heen en weer van.

Mevrouw Butch pakt haar krijsende vriendin bij een arm. Probeert te sussen. "Laat gaan, laat hem toch gaan." Verstandige vrouw. Relt niet mee. Gooit olie op de golven. Ik ben bereid tot een bestand en doe letterlijk een stapje terug. Maar mijn opponente ziet me vluchten en doet er, gesterkt door de aanwezigheid van haar vleugeladjudant, nog een schepje bovenop.

"En nou opgesodemieterd", schreeuwt ze, haar blonde Medusalokken schuddend, "of ik geef je een stoot voor je kankerkop!" Wat nu in mij opwelt is geen woede, maar een rottend kadaver uit diep water.

Weer drijven mijn moeder en een Sonderkommando buurvrouwen mij een hoek in; weer komen ze als één vrouw op me af, gewapend met bezemsteel en stofzuigerslang. En ik weet een ding: als ze me aanraakt, maak ik haar kapot. Dan scheur ik haar aan flarden. Retireren is niet meer mogelijk.

"Kom op met die klap," zeg ik.

De tijd staat suizend stil, een kwart seconde voor Armageddon. "Zeg het maar," roept de countertenor. "Bekertje yoghurtijs," kras ik. "Zonder bloed".

Zoals onweer rommelend kan overdrijven, zo wikkelen onze strijdkrachten het conflict nu snel naar een 'onbeslist' af. Ze smaalt. Ze sniert. Zet vraagtekens bij mijn ballen. Maar ze wijkt. "Hij wil vechten," roept ze nog tegen twee gemelijke Turken. Die halen hun schouders op.

Dan is het voorbij en bijt ze zich vast in het rietje van haar shake.