Schoonhoven
De beurt en wederbeurt van 't nemmer staende rad
Daer 's Werelds werr op draeyt, heb ick op 't ruymst gehadt:
Noch is mijn overschot van d'eertijds schoone hoven,
De Peters van mijn' naem, voor andere te loven.
Wat schaedt my 't op en neer? 'k heb mannelick geleên,
En meest al winnende, minst wijckende gestreen,
Maer evenwel gestreen. Land-Vooghden, die de stangen
Van dit gebiedt berecht; 'k weet meer als Salm te vangen:
Of 't weer op 't prangen quam; denckt hoe ick voormaels dé,
En stelt in 't Wapen-boeck, Schoonhoven staet voor twee.
Aant. Huygens in de marge
9 Ten tijde van Vrouw Jacoba tegen die van Rotterdam,
ende met die vander Goude, in den slagh te Alphen, &c.
---
Schoonhoven
De op-en-neergang van het rusteloze Rad
Dat ons Fortuin bepaalt: mijn deel heb ik gehad.
Toch is de nabloei van de eertijds schone hoven,
Naar wie ik ben vernoemd, nog altijd zeer te loven.
Zou ik mij daarom schamen over heden of verleden?
Neen. Op of Neer, als Man van Eer heb ik gestreden,
Zelfs als ik wijken moest. Ik zeg U, Heren van dit land:
Ik vang ook groter vis dan Zalm en als het erom spant,
Ziet hoe in mijn blazoen Wel dubbel wint van Wee:
Mijn leeuwen wensen pais, maar vechten voor de vree.
---
Voor de noten bij het origineel, volg de link:
http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=huyg001
