Rotterdam
't Zy Wael, of Rhijn, of Maes, of alle dry te saem,
't Zy Yssel, Merw, of Leck, of dry in eenen naem,
Of ses in eenen buyck, sy moeten t'mijnent bueren,
En willen niet in Zee of kussen eerst mijn' mueren;
Mijn' mueren soo gereckt, mijn' soo gerijckten grond,
Dat die my nu besiet, kan vragen waer ick stond.
O mueren, en ô grond, ô welgevoeghde Stroomen,
Wijckt voor de Wildernis der averechte Boomen,
Maer wijckt voor haer geluck: En, Vreemdelingh, seght ghy,
Hoe verr en wint het niet mijn' Mase van haer Y?
---
Rotterdam
Neem Waal, of Rijn, of Maas of alle drie te saam,
IJssel, Lek of Merwede, of geef die saam één naam,
Mij is het één pot nat om mijn Fortuin te laten groeien,
Mijn Kaden zijn gekust eer zij in Zee mogen vervloeien.
Breed zijn mijn wateren, en diep, en uitgestrekt.
Onvindbaar haast de wel die ooit dit alles heeft verwekt.
O grootse Havenstad van onderling vervlochten stromen,
Slechts overtroffen door een bos van omgekeerde bomen,
Althans in stromen geld. Zeg mij, bezoeker, wat denkt gij,
Kraait er mijn Maas wellicht Victorie naast het IJ?
-
Voor noten en uitleg, volg:
http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=huyg001
