Constantijn Huygens
1596-1687
Medenblick
West-Vriesen, weest getuygh', 'k heb Koningen gevoedt,
West-Vriesche Koningen, de Vooghden van uw goed.
Maer dat ick mé den blick van Waerheits helle straelen
Mijn' gulde Toovenaers' ter Hellen sagh doen daelen,
Was meer verheugens waerd, en 't dienen onder God
Veel vryer vryigheit dan 't Konincklick gebod,
Daer Godes niet en was. Noch staen ick verr van slaeven,
Maer vrijelick ten dienst die my de Vryheit gaeven;
Al heb ick over langh de gunstigheit beloont,
En Holland eerst het pad naer 't Gulden Vlies gethoont.
Aant. Huygens in de marge
1 Dirck (Sone van Radbod) Dibbald, Beroald ende andere Koningen van West-Vriesland.
3 Adelgil Sone van Beroald liet Wilfrid het Christel. geloof preken.
4 Medea, die daer plagh aen gebeden te werden in een gulden beeld.
10 De eerste Schipper naer Guinea was van Medenblick, 1593.
Medemblik
Westfriezen, gij zult weten dat ik vorsten heb gevoed,
Westfriese vorsten, hoeders van ons goed en bloed.
Vermocht het Ware Woord mijn naam niet te hertalen,
Wel liet het gouden schemering voorgoed ter helle dalen.
Dat deed mij deugd, en dienstbaarheid aan God
Bracht hoger vrijheid dan het vorstelijk gebod
Ooit had gebracht. Ik dien, maar niet zoals de slaven:
Frank dien ik vrijelijk die mij de vrijheid gaven,
Van alle schulden vrij – met rente terugbetaald:
Heel Holland heb ik immers naar Guinee gehaald.
---
Zie folder Huygens, Stedestemmen, rechterkolom.
Voor info over de auteur en het origineel:http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=huyg001
