Kim Chi (1)
1977. Ik was 34 en buitenlandredacteur bij het ANP. Schreef vertaalde berichten over landen waar ik nooit geweest was en vermoedelijk nooit zou komen. Nu ja, ik las er wel eens een boekje over. Hoewel mijn chef me op handen droeg, lag ik tamelijk goed bij de collega’s. Zeker, ik had een grote bek, maar ik nam hun nachtdiensten over en was altijd bereid te ruilen.
Geen wonder, ik stond al drie jaar droog.
Thuis, vijf minuten lopen van de redactie, troonde ik in mijn Tempel der Sublieme Onthouding, een halve etage in de De Ruijterstraat, vlakbij het beloken begin van de Laan van Meerdervoort.
Steeds nijpender werd de droogte. Mijn ziel was ondiep en gespannen, nam weinig op en behield weinig. Zo vond men mij wel om te hebben. Evenwichtig, zonder krankzinnige uitschieters, niet naar boven en niet naar beneden. Maar aanloop had ik amper. Als de woestijn begon te leven, was ik alleen met de schorpioenen. Soms verscheen er een djinn die zich overtuigend als meisje vermomde, maar zanderig zoende.
Kan natuurlijk ook Scheveningen zijn geweest.
Op een ochtend nam Emile, mijn chef, me bij de arm. Kon ik hem die middag even uit de brand helpen? Er kwam een Koreaan, iemand van het Noordkoreaanse verbindingsbureau in Brussel*. Nu was hem die vent pardoes in de schoot geworpen, doordat Jan weer eens een dubbele afspraak had gemaakt. En die met de Ondernemingsraad moest uiteraard het zwaarst wegen, dus als ik…
Jan ‘deed’ Azië, voor zover het van de Partij was. In hoeverre hij het zelf ook was, bleef in het midden. Hij droeg een soort van beige en blauwe pakken die door zijn vriendin in huisvlijt werden vervaardigd. Mao van snit, maar de borstzakken lagen er minder dik bovenop. Jan had ooit in het openbaar een roergangerbutton gedragen, maar na een “helder en open gesprek” met directeur Jolles had hij “in vrijheid” besloten dit “omwille van onze geloofwaardigheid” voortaan uitsluitend in de privésfeer te doen. Op de Heren zag men hem bij het verlaten van de cabine wel eens iets wegmoffelen, want progressief bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Ik las mij in. Het knipselmapje over Pjongjangs betrekkingen met het Westen was flinterdun, zodat mijn gedachten zich al snel verplaatsten naar de jaren vijftig, toen de Koreaanse oorlog elke dag voorpaginanieuws was. Hoewel het me destijds maar matig had geboeid – het was ver weg en een Hollandse jongen had wel andere dingen aan zijn hoofd! – stond één gebeurtenis me nog helder voor de geest.
De ontmaskering van Willie Rhee.
Hij zat bij mij in de klas: een kleine, dunne, elegante jongen met een Aziatisch uiterlijk en een huidskleur tussen bruin en geel, maar beslist aan de gele kant. Zijn vader dreef in Aerdenhout een wasserij waar ook mijn moeder haar lakens liet vergelen, welk feit Willie in mijn ogen op een of andere manier zeer geloofwaardig maakte. Een jongen met een wasserij, die lult niet zo maar wat uit zijn nek.
Dus toen Willie mij vertelde dat Syngman Rhee, de man wiens foto’s elke dag in de krant stonden, “eigenlijk” zijn grootvader was, die eerst even de oorlog moest winnen en hem dan naar Korea zou laten komen, toen geloofde ik dat. Zeker net zo’n geval als ikzelf: een jongen van hoge afkomst die door grillige spelingen van het lot bij achterlijke en armzalige lieden terecht was gekomen.
Willie liet mij geheimhouding zweren en in de weken die op mijn inwijding volgden, toonde hij me een aantal magische voorwerpen uit het land van herkomst, waaronder de wereldberoemde Rheedolk, die in mijn ogen veel weg had van de Indische kris die bij ons thuis boven de haard hing, maar die volgens Willie totaal anders was en bovendien altijd dodelijk, ook als je misstak, omdat het lemmet in Korea, bij volle maan, met Kim Chi was ingesmeerd.
Kim Chi? Een geheim Koreaans vergif van de familie Rhee, duizend maal erger dan rattenkruid, dus dan lulde je niet meer, man!
De heer Park (en nog wat) was stipt op tijd. Ik ontving hem in de redactionele spreekkamer waar koffie en thee (one taste fits all) werden geleverd door een automaat die nu en dan een collegiaal schopje nodig had.
Park zal tegen de veertig zijn geweest. Klein, wat niet opmerkelijk was, en met een lichtgele kleur die deed denken aan sterk verdunde limoenlimonade. Hoe had ik Willie ooit voor een Koreaan kunnen houden?!
Ik serveerde thee in drie verkokerde plastic bekertjes opdat mijn gast geen blaren zou oplopen. Wij braken het ijs – hij vond Brussels mooi en ik zette zijn lof luister bij – en kwamen ter zake. Wat was er van zijn dienst?
Volstrekt duidelijk werd het me niet, maar het bezoek hield verband met Kim il-Sungs onblusbare ijver om vrede en vriendschap tussen de volkeren tot stand te brengen. Met objectieve berichtgeving, onpartijdig en onbevooroordeeld. Zo nu en dan een monter stukje over Kims zegepralende Juche socialisme zou een begin van reciprociteit kunnen betekenen.
Ik zette mijn hoofd op de knikautomaat, mijn hersens in de wachtstand en liet mijn gedachten de vrije loop. Ja, dat met Willie Rhee, dat was me wat geweest!
Een van Willie’s andere vertrouwelingen had het geheim aan zijn eigen vader doorverteld en deze was geschokt naar de wasbaas gestapt. Hier moest worden ingegrepen! Dat een jongen zijn ouders op deze manier miskende en allerlei rare verhalen vertelde, dat moest toch wel duiden op een zieke geest.
Hetgeen tot gevolg had dat die arme Willie enkele weken nadien hevig snikkend voor de klas stond teneinde zijn grote zonde tegen het vijfde gebod op te biechten, om daarmee vervolgens meedogenloos te worden gesard. Waartegen ik maar weinig durfde ondernemen, want mij moesten ze toch al hebben. Had hij die toverdolk maar bij zich gehad, Willie Rhee, met dat dodelijke gif erop, hoe heette het ook weer…
“Ah”, kraaide kameraad Park verrukt, “you know Korean kitchen! Wonderful! Let me please have your card, yes, so I can send you North Korean recipes, yes?!”
Ik schreef mijn adres op een blocnotevelletje, want ik had geen kaartje, rondde het gesprek af en liet Park uit. Ik keek hem na, en bewonderde hem zeer om zijn zelfbeheersing. Als Park te gast in de Parkstraat en er dan geen woord over zeggen, dat was pas stille diplomatie!
(wordt vervolgd)
