Heuvellaan (1)
1967 Nu de revolutie een beetje op de waakvlam stond, kon ik best een baantje nemen, vond Elly. Er was nog brood op de plank, maar niet veel en wij wilden ook wel eens een reisje maken, ergens heen. Op een ochtend overhandigde zij mij de Volkskrant met daarin een advertentie welke zij alvast hevig had omcirkeld.
“Kijk”. Ik keek. De VARA (Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs) te Hilversum zocht een omroeper/ster voor op de radio. “Dus dan hoef je niet met je stem in beeld”, grapte mijn schat.
Nog die middag, biertje erbij, ramde ik op mijn Triumph Gabriele een sollicitatiebrief, waarin ik mij aanprees als iemand die al jaren van alles riep. Lang worstelde ik met een zin die op niet-confronterende en toch eervolle wijze zou overbrengen dat ik de VARA een akelige club vond met nare programma’s, meestal. Tenslotte liet ik het er maar bij zitten, want de laatste lichting was aanstaande.
Elly ging hem meteen posten, zelf, want ze wist dat ik wankelmoedig kon zijn.
Na een week of drie – ik was de brief al vergeten en had elders gainful employment gevonden – lag er een overwegend rode envelop op de mat. Met een stencil bevestigde de Haan de ontvangst van mijn sollicitatie. Ik was, kukeleku, één van de 12.336 gegadigden. Makkie.
Inderdaad: een maand later was ik al geslonken tot één van de 2.834 sollicitanten die een eerste selectie hadden overleefd. Mooi, vond ook de Haan, maar nog niet om over naar huis te kraaien. Eerst zou een tweede, scherpere schifting plaatsvinden en pas als ik die óók doorkwam…
… zat ik, jawel hoor, in de finale waarbij 64 vlotgebekte types het in de studio’s aan de Heuvellaan te Hilversum met een proeve van stem en presentatie tegen elkaar zouden opnemen, uiteraard niet allemaal tegelijk. Mocht ik na deze “twintig zenuwslopende minuten” en naar het oordeel van de "deskundige sollicitatiecommissie" onverhoopt tot de afvallers behoren, dan zou ik mij niet hoeven schamen. Reeds een plaats in de slotronde was iets waarop ik trots mocht zijn. Immers, bij de beste omroep van Nederland lag de lat hoog, héél hoog.
De dag erop leverde de postbode een dikke envelop af. Met een tiental teksten, min of meer in het Nederlands, maar volgepropt met Engelse, Franse en – nee maar! - Duitse woorden en begrippen. Of ik maar flink wilde oefenen, liefst met de bandrecorder, want een correcte en vooral natúúrlijke uitspraak was in het omroepvak van doorslaggevend belang.
“Onder de toonaangevende pioniers van de tekenfilm”, leerde mij een van de teksten, “is de Amerikaan Walt Disney onbetwist een van de allergrootste reuzen. Jong en oud genieten, overal ter wereld, telkens opnieuw, met volle teugen, van Disney’s immer weer tot de verbeelding sprekende creaties zoals Mickey Mouse, Goofy, de hond, en de al even kwebbelgrage als twistzieke eend Donald Duck, oom van de drie…”
A walk in the park! Stuurt u alvast maar een zilveren Reiss microfoon naar de graveur: “Ruud Ronteltap, Stem uit Miljoenen”.
---
Zij wekte mij met een volle emmer water. Misschien was het ook met een bekertje gelukt, maar een getergde Elly hield niet van halve maatregelen. “Eruit,” riep ze, “Zak die je d’r bent. Om negen uur moet je in Hilversum zijn. Solliciteren, weet je nog?!”
Het was half zeven. Een stralende, wolkenloze ochtend. Alle ramen waren open, maar in huis was het al zweterig. Geen wonder. Ik had drie uur geslapen. Na sluitingstijd was ik nog even met Bert meegelopen want die kon me misschien aan vertaalwerk helpen, en bij Bert had ik jenever gedronken, want er was niks anders. Ik stond op en haalde de plee nog net.
Ik zag er vreselijk uit. Bloeddoorlopen oogjes in een loodgrijs gezicht. Bovenin, onder het dodemanshaar, had zich een houtzagerij gevestigd. In de keuken sopte ik mijn geheel af met een washand, want wij hadden geen gerief. Wij waren badhuismensen. Willem, Elly’s licht psychotische herdershond, had mijn frisgewassen spijkerbroek beslapen en bekwijld. Maar mijn lief bakte eieren met spek en nadat ik die had uitgekotst ging het weer een beetje.
Pas op het Muiderpoortstation, toen ik mijn retourtje Hilversum kocht, viel het me op dat ik tamelijk schor was, om niet te zeggen hees. Ik kocht een rol drop voor de smering en had daarna nog een gulden te verteren.
Bij aankomst – ik had onderweg maar één keer nagebraakt zonder mij verder te bevuilen – hoefde ik hem niet aan te breken. De bus naar de Heuvellaan ging om de drie kwartier en was dus net weg. Ik kon beter gaan lopen, adviseerde een meisje in een hokje. Naar de VARA, dat was maar een kwartiertje. “Die kant op”.
---
Drie kwartier later, tien minuten te laat, viel ik, op de top van het heuveltje, zwetend en palpiterend de overwegend witte VARA studio’s binnen. Ik bleek mijn uitnodiging te hebben vergeten, maar gelukkig stond mijn naam op een lijst.
Het was warm. Ik plofte neer in de eerste de beste stoel en greep een ogenschijnlijk onbeheerde krant teneinde mijzelf koelte toe te wuiven, maar een snibbig meisje in een smetteloos wit pakje riep mij in perfect geaspireerd Nederlands tot de orde: “Hier met mijn krant!” Overal om mij heen, in nisjes en zitjes en hoekjes, zaten nog meer stralende jongelui op hun beurt te wachten. Zij deden net of zij elkander niet zagen. Maar mij zágen ze.
Ook was ik opgemerkt door een lange, wat wilgachtige, in driedelig wandelkostuum gestoken man – type mother’s darling – die uit het verre veld met uitgestoken hand op mij afkwam. “Joop Koopmans, welkom. U bent… fijn dat u er bent, wij maakten ons al een beetje zorgen. Over een minuut of tien bent u aan de beurt, dáár – hij wees de gang in – in het studiootje waar nu de rode lamp brandt. U hebt dus nog even tijd om u…eh… wat op te frissen, misschien? Dan kom ik u zo meteen halen.”
In de socialistische retirade, een gladde stenen trap af, was het heerlijk koel. Even zitten. Nooit meer jenever! Altijd gelazer met jenever! Ruzie! Kotsen… Was ik even weggedoezeld? Lang kon het nooit zijn geweest.
Ik trad weer naar buiten en keek in de spiegel. Hu! Maar ach, wat kon het me schelen, ik was hier voor de radio. Mijn gouden stem moest de doorslag geven. Juist toen ik nog wat vocale oefeningen wilde doen - Leentje Leerde Lotje Lopen Langs de Lange Heuvellaan – hoorde ik iemand de trap af racen.
Het was de heer Koopmans, ietwat geagiteerd. Aha, hier was ik. Waar bleef ik toch? Men had op mij zitten wachten en daardoor liepen wij nu helaas achter op schema! Enfin, ik was er.
Hier was het. Gewoon gaan zitten, even ontspannen, en bij groen licht gaan lezen. Wat zei ik, had ik de teksten niet bij me? Geen nood, op het tafeltje bij de microfoon lag een complete set. “Veel succes, kandidaat”.
---
Ik schraapte mijn keel. De lamp bij de deur brandde rood, dus het kon nog. Ik pakte de bovenste tekst van het stapeltje en las zachtjes voor mij heen. Sotto voce? Godallemachtig, ik hoorde helemáál niets.
Verbijsterd schraapte ik mijn keel nogmaals. Luider. Harder. Ergens achterin de krochten van mijn strot raakte een brok taaislijm op drift, linea recta mijn luchtpijp in. Door mijn tranen heen zag ik de lamp op groen springen.
- Haroempoffgrgodverughggegromgodverjuprfftsjjt (etcetera)
- Gaat het een beetje, kandidaat? Niet de stem van Koopmans, maar die van een, schatte ik, middelbare dame. Ik besloot mijn stoom niet aan beleefdheden af te blazen en begon:
- Onder de toonaangevende pioniers van de tekenfilm… Mijn stem was dun en rafelig en pijnlijk, maar het ergst was dat hij vergezeld ging van een fluittoon die mijn voordracht haast overstemde. …. van Disney’s immer weer tot de verbeelding sprekende creaties zoals Mickey Mouse... Dit was absurd. Dit kon niks worden. Ik aarzelde…
- Toe maar, kandidaat, het gaat prima zo. Leest u maar verder…
- Hilversum Rose. Dus zo stuurden de sociaaldemocraten stakende arbeiders terug naar hun baas! Toch las ik verder: …Mickey Mouse, Goofy, de hond, en de al even kwebbelgrage als twistzieke eend Donald Duck… Zo was het mooi geweest! Weer viel een gat van stilte, drie seconden, vier misschien.
- Gaat u verder, kandidaat…
- Kwak, kwak, kwaaaak! Kwakerdekwaakkwaakkwak! Kwaak!
- Wat doet u nu, kandidaat?
- Ik kwaak, mevrouw.
- Eh… betekent dit dat u zich uit de procedure terugtrekt?
- Jawel, mevrouw.
---
(maar het wordt vervolgd)
