More About This Website

spot is de voortzetting van ernst, met andere middelen

 
Subscribe
Login
Powered by Squarespace
Egidiuslied

Gornichem

Die my benijdelick 's hooghs Arckel-huys besitt
Ter aerden effende was verre van sijn witt:
Wat geld ick zedert min, wat kan ick minder gelden
Soo langh mijn' muren staen, en 't Klaver in mijn' velden
Voor Klaver niet en wijckt? soo langh mijn' volle Merw,
Mijn welgewrongen melck, mijn' altijd bollen terw
Te winste van my haelt; soo langh mijn' aerde Punten
Het oogh verbijsteren dat op my derve munten?
Seght dan, seght selver, Nijd, seght met den bitsten beck,
Maer seght waerschijnelick, Wat 's Gornichems gebreck?

---

Gorinchem

Die mij uit nijd de burcht van Arkel heeft geslecht,
Zijn pijl miste het wit en kwam in rozenbloei terecht.
Want ben ik ingeperkt? Zou ik als minder waardig gelden
Zolang mijn muren staan, zolang de Klaver in mijn velden
In viervoud Klaver is? Zolang mijn Merwe, af en aan,
Witblond is van mijn kazen, goudgeel van mijn graan?
Zolang mijn hoge wal eenieder die mij aan zou randen
Laat zien dat ik hem bijten zal met rijen scherpe tanden?
Zeg het dus zelf maar, Nijd, en zeg tot uw verdriet,
Maar wel naar waarheid: Gorinchem, wat heeft het níet?

--

Zie voor de noten bij het origineel:
http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=huyg001